Molens op tegels

Molens zijn v.w.b. hun functie op te delen in twee hoofdgroepen: poldermolens (die grote delen van Zuid-Holland droogmaalden waardoor bewoning van het land steeds beter mogelijk werd) en koren- en industriemolens, waarin sinds de 16e eeuw steeds meer producten werden gemalen of bewerkt.

Tegel met de voorstelling van een standerdmolen. 17e eeuw.

Ook voor deze vertelling hebben we weer een fors aantal afbeeldingen met molens op tegels bij elkaar 'geharkt'. Wat eigenlijk direct opvalt is dat er maar weinig vroege 17e eeuwse tegels met molenafbeeldingen zijn vervaardigd hetgeen je toch eigenlijk zou verwachten in een land waar zoveel molens het landschap sierden. Een mooie gekleurde kwadraat- of cirkeltegel met een molen hebben we niet kunnen vinden. Pas na 1700 beginnen er meer molens op tegels te verschijnen terwijl molens in de 18e en 19e eeuw zeer algemeen voorkwamen op tegels. We hebben ons uiteraard afgevraagd wat daarvan de reden geweest is. Zou het zo geweest kunnen zijn dat molens in de 17e eeuw zo gewoon waren dat men amper de moeite nam om ze op tegels te schilderen? Er wordt geschat dat in de periode van het hoogtepunt van de Nederlandse molen er rond 1730 in Nederland ongeveer 10.000 molens aanwezig waren. Allerlei typen molens bestonden er zoals watermolens, stellingmolens, industriemolens, korenmolens, spinnekopmolens, wipmolens, torenmolens, bovenkruiers, walmolens, en er zullen nog wel meer typen zijn. Daar zijn  in Nederland nu nog zo'n 1000 exemplaren van over. We hebben veel moeite gedaan om een onderscheid in type te maken van de molens die op onderstaande tegels zijn geschilderd. Helaas is er een flink aantal tegelafbeeldingen die we niet konden benoemen, vermoedelijk omdat de tegelschilders hun werk niet al te serieus hebben genomen. Voor de consument maakte dat blijkbaar toch allemaal niet uit.

Tegel met een molen
Type torenmolen? 17e eeuw

Tegel met een molen. 
Type Standerdmolen. 17e eeuw

Tegel met een molen
Type Bovenkruier. 17e eeuw

De Standerdmolen en Wipmolen op tegels, 18e eeuw

 

De oervorm van de molen is de standerdmolen die al in de 14e eeuw in Nederland voorkwam. De eerste standerdmolens waren veelal korenmolens. Het is eigenlijk een vergroot maalwerktuig. Het molenhuis staat op een spil of standerd, die wordt gestut met zogenoemde schoren. Molenhuis en wieken kunnen ‘op de wind’ worden gezet. Uit de standerdmolen ontstond in het begin van de 15e eeuw de wipmolen die gebruikt werd om het waterpeil te regelen. De wipmolen is weliswaar ontworpen als watermolen, maar heeft ook andere functies gekend. Hij is ook gebruikt als koren-, zaag-, specerij-, olie-, en verfmolen. Het voorvoegsel ‘wip’ verwijst waarschijnlijk naar het bewegen van deze molens tijdens het malen. Bij deze molen is het hele bovenhuis draaibaar om een koker, die in verticale stand wordt gehouden door de piramidevormige constructie van de ondertoren. Grotere wipmolens hebben woonruimte in het onderstuk. Het bovenhuis van de wipmolen is soms in felle kleuren geschilderd (bijvoorbeeld rood-wit in het Rijnland). In het rivierengebied zijn de bovenhuizen vaak donkerbruin (vooral als de molenaar streng gereformeerd was). 

De spinnekop is het kleinste type wipmolen en komt nu nog uitsluitend voor in Fryslân. Vroeger stonden er ook exemplaren in Groningen en Overijssel. Het onderstuk is met dakpannen bedekt. De spil, waar het bovengedeelte om kan draaien, is bij de spinnekop hol. Door deze holle spil loopt een houten as, die met diverse tandwielen de windkracht overbrengt op de vijzel. Spinnekopmolentjes waren vaak eigendom van boeren, evenals tjaskers. Ze waren wat duurder dan de tjasker, maar het loopwerk was beter beschermd tegen weer en wind.

Constructietekening van een molen op een tegeltableau van 40 tegels. 1750-1800.

De (water)wipmolen in de polder Oukoop bij Reeuwijk.



De Standerdmolen en Wipmolen op tegels, 19e/20e eeuw

Tegeltableau met wipmolen. 1e helft 20e eeuw.

Tegeltableau met wipmolen. 1e helft 20e eeuw.

Tegel met een wipmolen. 1e helft 20e eeuw

De Bovenkruier op tegels 18e t/m 20e eeuw

Op de romp van dit in Zuid-Holland veel voorkomende molentype zit een draaibare kap. De meeste bovenkruiers zijn hier uitgevoerd als ‘grondzeiler’ - de wieken reiken bijna tot de grond. Met de wipmolen is de bovenkruier het meest voorkomende Nederlandse molentype speciaal in gebruik als watermolen.

De wederopstanding van een watermolen. Links de nog wel bewoonde molenstomp in 2002. Rechts de gerestaureerde molen op 2 april 2016 met de zeilen op. De inlaat zal ook gerestaureerd wordenen zodatde watermolen weer water inlaten in de Hooge Boezem bij Haastrecht.

Een echt Hollands landschap met op de achtergrond de Haastrechtse watermolen type bovenkruier nr 6. bij de Hooge Boezem.

 

Twee watermolens waaronder een achtkante bovenkruier en een wipmolen. Bij Streefkerk in de Alblasserwaard.

 

De stellingmolen op tegels

Een molen die binnen de bebouwing staat moet hoog zijn om voldoende wind te vangen. Om in dat geval de molen te kunnen bedienen moet er halverhoogte een stelling (plankier die om het molenlichaam loopt) komen.  Meestal zijn het stadsmolens, zoals in Gouda en Schiedam. Rond de romp bevindt zich een stelling ook wel ‘balie’ genoemd. De molenaar kan vanaf de balie de kap op de wind kruien (draaien). Men spreekt dan van een 'stellingmolen'. 

                                Omstreeks 1900

Midden 20e eeuw

Eind 19e eeuw

Twee dezelfde tegeltableaux met een stellingmolen die graan maalde. Een manspersoon op weg naar de molen met een zak graan. 19e eeuw

Omstreeks 1960

20e eeuw

19e eeuw

De waterradmolen op tegels

Waterradmolens  komen voor in geaccidenteerd terrein in vooral Oost- en Zuid Nederland. Indien de beek waarin de molen gebouwd werd voldoende verval had, werden bovenslagraderen aangebracht. Het water viel dan op de raderen, wat meer energie oplevert. Dit type molen heeft meestal drie onderslagraderen. Dergelijke watermolens werden al in de 17e eeuw gebouwd voor onder andere de papierfabricage. Op het hoogtepunt van de papierfabricage, midden 18e eeuw, stonden er aan de oostelijke Veluwezoom 174 papierfabrieken. Op de Veluwe werden vaak kunstmatige bronnen ('sprengen') gegraven om de watermolens te voeden. Toen de papierfabricage mechaniseerde werden veel waterradmolens wasserijen.

Tegel met een waterradmolen. 2e helft 19e eeuw.

 

Drie tegels met waterradmolens. 18e/19 eeuw. De twee rechtertegels zijn in Engeland vervaardigd.

 

De paltrokmolen (industriemolen) op tegels

Bij dit type kan de hele romp ‘op de wind worden gezet’; de romp draait op rollen die rusten op een zware gemetselde ringmuur. In de 16e eeuw werd hout vooral in paltrokmolens gezaagd. Later gebeurde dit ook in stellingmolens. De houtzaagmolens maakten het mogelijk dat in de Hollandse Republiek veel meer houten schepen konden worden gebouwd. Hierdoor kreeg de Republiek der Verenigde Nederlanden (1588-1795) de beschikking over een grote oorlogs-, vissers- en handelsvloot.

Tableaux met achtkantige zaagmolens in de Zaanstreek. 20e eeuw.

Tegeltableau met een achtkantige paltrok(zaag)molen. 18e eeuw

Twee tegeltableaux van houtzaagmolen DE RAT te IJlst. 20e eeuw

De walmolen op tegels

Een op of aan een stadsmuur of –wal gebouwde molen wordt een walmolen genoemd.

18e eeuw

  1. 19e eeuw

19e eeuw

Onduidelijke typen molens op tegels