Valkeniers op antieke tegels

Zie ook de pagina: Roofvogels

Kwadraattegel met een valkenier. Omstreeks 1600/begin 17e eeuw

De valkerij: de jacht met Valken

Een  thema van  tegels met roofvogels is die waarop een valkenier aan het jagen te zien is met valken. Al in 1700 voor Christus werd in Babylonië een bas-reliëf gevonden met een man met een valk op de hand. Ook in China wordt al in ca. 680 v. Chr. melding gemaakt van het jagen met valken en schreef de Japanse keizer Mintoku in 335 n. Chr. zelf een 81-delig handwerk over het jagen met valken. Terwijl er in Japan al een 600 handboeken waren over dit schijnbaar daar belangrijk onderwerp. In reisverslagen uit het einde van de 14e eeuw wordt aangegeven dat de vorsten in China en Turkije 6 à 7000 valkeniers in dienst hadden. Ook in het vroege Europa, de Noormannen, de kruisridders, waren bekend met het jagen met valken en andere roofvogels. De afbeeldingen in West Europa op onze tegels van een man met een valk op de hand, zijn uit de vroeg zestiende eeuw tot heden. De valk werd altijd tijdens het jagen op de linkerhandschoen gedragen, ook zijn er tegels waarop de valk op de rechterhand is te zien, mogelijk is dan de spons gedraaid. Nagenoeg alle Europese vorsten en hoge adel hielden zich generaties lang als vermaak en statussymbool bezig met het jagen met torenvalken, boomvalken, het smelleken, de onovertroffen slechtvalk, haviken en sperwers. Uit het buitenland werden de lannervalk en de sakervalk ingevoerd. Speciaal de Groenlandse en IJslandse giervalken stonden in hoog aanzien om hun mooie witte uiterlijk en hun kostbaarheid van aanschaf. Ook werden zij als geschenk aan andere vorsten gegeven en zelfs gebruikt als betaalmiddel om bepaalde politieke wensen tot stand te brengen.

Valkeniers, 17e/18e eeuw: fotoalbum


Vorstelijk gehuifde valken
De jacht met valken was strikt voorbehouden aan de adel en vorsten, het was een zeer kostbare zaak, zowel de aanschaf van de dure valken, het onderhoud en het deskundig personeel, maar ook de aanschaf van de uitgebreide kostbare documentatie. Deze jacht had geen economische grondslag, zij diende slechts tot het vermaak van de vorst en zijn gasten. Er was speciaal leren gereedschap gemaakt, vaak versierd met de naam van de eigenaar. Ook droegen de valken tijdens het transport een kapje over de kop, een huifje en werden enkele belletjes aan de poot van de valk bevestigd om een eventueel weggevlogen vogel makkelijker te kunnen opsporen als zij eenmaal waren losgelaten.

Op onze tegels is dus meestal een gehuifde valk met belletjes aan de poot te zien. Vaak-dus niet altijd- is dat dan de hier uit het noorden ingevoerde Groenlandse of IJslandse giervalk met een huifje op de kop die daar model voor stond. De giervalk is ook terug te vinden op verschillende prenten van Adriaen Collaert en anderen, die als voorbeeld gediend hebben. Deze vaak Duitse tegels uit de fabriek van Johann Georg Weisz te Crailsheim zijn meestal rond 1750 in paars uitgevoerd, waarvan enkele met een blauwe trek en hebben een groter formaat van 16,8 x 16,8 cm         of 17 x 17 cm tot 18 x 18 cm. In het Duitse Museum van Gunzenhausen bevindt zich een boeiende collectie van 115 tegels met de afbeeldingen van de jacht met valken. Bijgaand tonen wij u een paarse tegel uit die betreffende serie van een gehuifde IJslandse giervalk met belletjes aan de poot.

Tegel met roofvogel met huif en belletje aan de poten. Duitsland 1754. Tegelformaat 17 x 17 cm.

De Vraag van Vorsten naar veel Valken…

Ook zijn er tegels van dezelfde soort waarop een valkenier te zien is met een cagie, een draagrek, een soort ladder, twee lange stokken en dwarsverbindingen waar de valkenier in het midden liep met draagriemen om zijn nek. Op dat rek werden wel 12 IJslandse of Groenlandse giervalken tegelijkertijd gedragen. De inlandse vangst met lokvogels en vangnetten om aan de grote vraag naar valken te kunnen voldoen was niet meer voldoende, er werden valken aangekocht uit Schotland, Denemarken, IJsland en Groenland, maar ook uit Malta en Oost-Europese gebieden. Al die vogels werden op hun taak afgericht volgens strikte richtlijnen en werden ze gewend aan hun leren accessoires.

Valkeniers te paard. Westraven Utrecht. ca. 1880


Valkeniers, 19e/20e eeuw: fotoalbum


Vliegende Valken in Jachtslot Falkenlust

Keurvorst Clemens August von Köln (1723-1761) liet in de nabijheid van zijn slot Augustusburg te Brühl het jachtslot Falkenlust bouwen. Het geheel betegelde trappenhuis geeft een goed beeld van de valkenjacht in die tijd. Deze tegels met valken zijn in 1731 gemaakt door de Rotterdamse fabriek “De Blompot,” die van 1674 tot 1731 werd geleid door Jan Aalmis senior. De voorstellingen met valken werden daar niet van bestaande gravures overgenomen, maar zijn geschilderd naar tekeningen die de keurvorst Clemens August zelf naar Rotterdam stuurde. Een unieke uitvoering van het jagen met valken op tegels die typisch in de Valkenhof thuishoren waren het gevolg. Ook in Slot Seuszlitz bij Dresden bevinden zich blauwe tegels met motieven van de jacht met valken met een sterke overeenkomst met de tegels uit Gunzenhausen. In Portugal bevinden zich in belangrijke gebouwen en musea soms zeer grote tegeltableaus met afbeeldingen die ontleend zijn aan de jacht met valken. In alle gevallen zijn vliegende valken te zien die op losse tegels nagenoeg niet voorkomen.

      Twee tegels uit jachtslot Falkenlust (ca. 1730-1740).

 

Max Emanuel, Clemens August – aartsbisschop en keurvorst van Keulen-  heeft zowel voor zijn paleis in Brühl als voor het nabij gelegen jachtslot Falkenlust in 1731 resp.1736 ongeveer 10.000 tegels over de valkenjacht door atelier De Bloempot van de familie Aalmis te Rotterdam laten maken. Omlijst door tegels met blauw/witte ruiten, de kleuren van Beieren. De eerste serie omvat in 10 variaties 18 tegels met valkeniers te voet of te paard, twee tegels met dames die de valkenjacht bijwonen en vijf tegels met valken en/of reigers. De tweede serie bestaat uit afbeeldingen van dezelfde vogels, waarbij de strijd tussen valk en reiger centraal staat. De twee tegels met twee valken op hun borst gezien dragen de initialen C.A. van Clemens August op hun kapjes. Ook dit duidt erop dat de tegels speciaal op bestelling voor de valkenier Clemens August zijn gemaakt. Het ontwerp van de tegeldecoraties is van de hand van Stephen de la Rocque die ook het plafond van het trappenhuis ontwierp. Bovenstaand treft u twee tegels uit deze serie.