De Goudse kleipijp, opkomst en verval
van een  industrieel produkt

Kleipijpen werden vanaf 1617 in Gouda vervaardigd. Aanvankelijk gebeurde dat door Engelse pijpmakers. In Engeland waren de eerste pijpmakers begonnen met het fabriceren van de wit bakkende pijpen. Sommigen van deze pijpmakers, die als huursoldaten in het leger van Prins Maurits waren gegaan, kwamen in Gouda in een garnizoen terecht en zagen dat de stad beschikte over goed uitgeruste pottenbakkerijen. Zij namen hun oude vak weer op en lieten hun producten in de bestaande ovens bakken. De eerste Engelse pijpmaker begon in 1617 in Gouda zelf een bedrijfje. De Gouwenaars leerden van hen het vervaardigen van de stenen pijpen, maar tot 1637 waren het de Engelse pijpmakers die de pijpmakerij bepaalden. Pas in 1641 overvleugelden Goudse pijpmakers de Engelse.

 

In 1660 werd een pijpmakersgilde opgericht. De industrie bood werk aan duizenden arbeiders en exporteerde naar het buitenland. Aan het eind van de 18e eeuw leidde concurrentie tot een sterke neergang van deze bedrijfstak.

NOG IN BEWERKING