POTTENBAKKERSAFVAL AFKOMSTIG VAN EEN 18e EEUWSE GOUDSE PIJPENSTORT

Zo'n kleine 40 jaar geleden werd in Waddinxveen op een pas gestarte boomkwekerij een grote pijpenstort aangetroffen door Hans van der Meulen. Over die stort is in het PKN nummer 15 een  prachtig verslag geschreven met een uitgebreide fotoserie van de gedane pijpenkop vondsten. Op een winterse schaatstocht, inmiddels ook al weer ruim 35 jaar geleden, werd deze pijpenstort door mij (her)ontdekt. De eigenaar van de boomkwekerij vond het in eerste instantie niet goed dat ik in de pijpenstort ging spitten. Maar in ruil voor een zak zaad van het peperboompje, een struiksoort die hij kweekte en het heel goed deed op de veengrond van zijn perceel kreeg ik toch toestemming.  Ik wist ergens in Gouda in een tuin een peperboompje te staan met veel rijpe zaden en heb die verzameld. Dat (zeldzame) zaad bleek later overigens een klein fortuin waard te zijn en de boomkweker was er dan ook helemaal mee verguld.
De 18e eeuwse pijpenstort  zat in een vroeger gedempt dwarsslootje met zeer veel pijpenmateriaal. Op een diepte van ongeveer 35 cm. stuitte je op een dicht aaneengesloten laag van pijpenkoppen en ander materiaal uit de Goudse pijpenindustrie met vooral pijpenmateriaal van Frans Verzijl maar ook pottenbakkersafval. Het pijpenmateriaal is goed beschreven in het PKN boekje nr 15, maar de andere vondsten die er tussen zaten zoals pottenbakkersafval dus tot op heden niet. De meeste van de aangetroffen pijpenkoppen hadden als hielmerk de gekroonde L en de  leeuw in de Hollandse Tuin. Maar er zat ook materiaal tussen van verschillende andere pijpenmakers. Naast 18e eeuwse grospenningen met duitafdrukken ook twee klonten bestaande uit een aantal  aan elkaar vastzittende pijpenkoppen. Afkomstig uit een pijpenpot, (waarvan diverse fragmenten werden aangetroffen, zelfs met vrijwel complete  trompetten erbij), die in een te hete oven had gestaan, hetgeen vooral duidelijk werd door de schrobbeles die nog aan een van de twee pijpenklonten vastgekoekt zat en groene glazuur op de andere pijpenklont. Beide daterend uit de 18e eeuw. Mooi te dateren door de aanwezige merken op de hiel van de pijpenkoppen.


Pottenbakkersafval in een 18e eeuwse pijpenstort in de polder Bloemendaal Waddinxveen

Twee soortgelijke stukjes gereedschap die gebruikt zijn  in de pijpenmakerij of pottenbakkerij. Geen idee waar het om gaat. 
Het bovenste is veel gebruikt gezien de roetaanslag aan het holle eind. Gemerkt met de letter A. De lengte is 9,5 cm, en de steel 
heeft een dikte variërend van 2 cm aan het uiteinde en 3 cm aan het begin met de roetaanslag. Aan het eind zit een doorboord 
gaatje waarschijnlijk om het voorwerp op te kunnen hangen. In het onderste exemplaar zitten twee gaatjes, die echter niet 
doorboord zijn in de steel.


Onderzijde van twee 18e eeuwse trompetfragmenten zonder holle steel. Bodemvondst polder Bloemendaal Waddinxveen.
Ter vergelijking de onderzijde van een 18e eeuws trompetfragment dat wel een holle steel heeft. Bodemvondst Drapiersteeg Gouda


Steelfragmenten, onderdeel geweest van 18e eeuwse trompetten met en zonder kanaalopening.. De steel van de twee rechter foto's is ook een onderdeel van een trompet. Deze steel heeft geen kanaalopening en het uiteinde heeft drie uiteinden gemaakt door met een mesje de natte klei weg te snijden. De uiteinden zijn echter afgebroken. 


In deze 18e eeuwse kokers van pijpaarde werden pijpenstelen van kleipijpen geplaatst waardoor de pijpen beter op hun plaats 
bleven zitten tijdens het bakproces.  De afgebeelde kokers zijn geribbeld, maar er zijn ook exemplaren gevonden die niet geribbeld 
waren en een andere diameter hadden. De lengte van de bijna complete koker bedraagt 23 cm en de diameter is 3,7 cm.


Links handgedraaide 18e eeuwse ringen van pijpenklei, bedoeld om de lange stelen van de pijpen in de pijpenpot op hun plaats te houden. 
Een smalle ring en een breder exemplaar.
Rechts een paar 18e eeuwse pijpenkoppen met aangekoekte schrobbeles waar glazuur op is gedropen.


Deze tablet is gemaakt van pijpenklei. 18e eeuws? Handmatig ingekrast het initiaal GV met het Romeinse cijfer VIII.
Het zou wel eens met ovenboekhouding te maken kunnen hebben.


De 17e en 18e eeuwse Goudse pijpenmakers beschikten niet over eigen ovens om hun kleipijpen te bakken. Dat voorrecht was voorbehouden aan de pottenbakkers. Ongebakken kleipijpen moesten naar pottenbakkersbedrijven worden gebracht om op een temperatuur van rond de  980 graden gebakken te worden in de pottenbakkersoven. De Goudse lange pijpen werden in bundels in speciaal daarvoor vervaardigde pijpenpotten geplaatst met de koppen naar beneden en de stelen omhoog stekend. Tussen de pijpenkoppen werd "schrobbeles" gestrooid, gemalen pijpengruis om de pijpen beter op zijn plek te houden. De ovens werden gevuld met Goudse pijpen en aardewerk. Ze werden gestookt met turf en takkenbossen. Het exact op temperatuur brengen van de oven was een nauwgezet werk en vereiste veel ervaring. De huidige temperatuurmeters, waarbij de warmte van de oven tot op de graad kan worden ingesteld , waren er toen nog niet. Werd de oven te heet gestookt dan begon de glazuur van het aardewerk te smelten, liep op de eronder geplaatste pijpen, en  het aardewerk trok krom. Of het aardewerk begon te versinteren, koekte aan elkaar met als gevolg dat de hele oven geruimd kon worden als pottenbakkersafval. En het was geen zeldzaamheid dat dit gebeurde.


18e eeuwse pijpenkoppen aan elkaar geklonterd door een verkeerd bakproces in de oven. Door een te hoge temperatuur is 
de groene glazuur van aardewerk gaan smelten en op de kleipijpen terechtgekomen. Aan de pijpenkoppen zit ook schrobbeles, 
gestampte pijpengruis die werd gebruikt om kleipijpen op hun plaats te houden in een pijpenpot. Hielmerk de fruitben, 18e eeuw


Een flinke hoeveel schrobbeles zit nog aan de restabteb van (lange) Goudse kleipijpen. Hielmerk de koorddanser.
De pijpenkoppen hebben ook het 
bijmerk van de stad Gouda. 


Pijpaarde hielmerkstempel uit de 17e of 18e eeuw.  Jammer genoeg is het hielmerk op de stempel niet meer te lezen. Aan de achterzijde 
zijn handmatig een paar groeven ingebracht. Bodemvondst polder Bloemendaal  Waddinxveen op hetzelfde perceel waar de 
pijpenstort zich bevond. De afwijkende kleur zou erop kunnen wijzen dat het stempel zelfs ouder is dan de 18e eeuw. Stempel is 
10 cm lang en heeft een doorsnede van 2,5 cm. 


Pottenbakkersafvalvondst in de binnenstad Gouda

Kleipijpen werden in een oven bij een temperatuur van ca. 1000 graden gebakken. Het bakken in de oven duurde ongeveer een halve dag. Men gebruikte daarvoor speciale pijpenpotten. De pijpenpotten hadden een vaste maat hetgeen zelfs door de stad Gouda  was verordonneerd. Alleen de pottenbakkers mochten "Goudse" kleipijpen bakken in hun ovens.  De potten waren gemaakt van witte aarde.  Een bijzondere vondst in de Goudse binnenstad (omgeving Raam) was die van in elkaar gestapelde pijpenkoppen ingebracht in rijen in de rand van een 18e eeuwse Goudse pijpenpot..

Fragmenten van de bovenrand van een vroeg 18e eeuwse pijpenpot waarin pijpenkoppen zijn verwerkt. De in de pijpenpot aangebrachte pijpenkoppen hebben als hielmerk het ramshoofd. Pijpenmaker was Gerrit Maarling (1730-1746). Bodemvondst omgeving Raam te Gouda.



De hier onder afgebeelde pijpenkoppen zijn aangetroffen op een 18e eeuwse stortplaats van pottenbakkersafval in een polder vlak bij Gouda. Gemerkte Goudse exemplaren, dus mooi te controleren door wie de pijpen zijn vervaardigd.  Gemaakt omstreeks het midden van de 18e eeuw en dat blijkt allemaal redelijk goed te kloppen met de periode waarin het hielmerk in eigendom was van de pijpenmakers.

Zijmerk KPK.
Pijpenmaker Cornelis Kool (1736-1760).

Zijmerk PV

Zijmerk 91.
Pijpenmaker:   Arij Boot   1734 - 1746 


Ovensteunen met kegels uit de 19e/20e eeuw

Ook uit de 19e en 20e eeuw zijn mij wel hulpmiddelen bekend om in de gaten te kunnen houden, wanneer de oven op de juiste baktemperatuur was gebracht. Daarvoor werden ovenkegels gebruikt. Deze kegels waren gemaakt van een speciale kleisoort die bij het bereiken van de vereiste baktemperatuur begonnen te buigen en vervolgens omvielen, het teken dat de oventemperatuur niet verder mocht stijgen. In de Achterwillens is een aantal van die ovenkegels gevonden in de storthopen van de 19e eeuwse pijpenfabriek P. van der Want. De kegels werden rechtopstaand in chamotte gedrukt en vervolgens in de oven achter een kijkglaasje geplaatst zodat er gecontroleerd kon worden. Bij het bereiken van de vereiste baktemperatuur begonnen de kegels om te vallen. Op onderstaande foto is duidelijk te zien dat het bij deze kegels goed heeft gewerkt. Ook nog een paar foto's van de moderne versie van ovenkegels die (maar dat is niet helemaal zeker) gebruikt werden in de periode dat de elektrische oven al zijn intrede had gedaan.

19e eeuwse baksteunen gebruikt bij de plateel- en pijpenfabriek P.J. van der Want.


Moderne ovenkegels. 20e eeuw