Goudse krulpijpen

Goudse pijpen  waren aan het eind van de 19e eeuw en begin van de 20e eeuw vooral gewild bij schaatsenrijders. Het was een traditie om op een schaatstocht een lange Goudse pijp dan wel een krulpijp te kopen. Zo'n pijp moest dan aan het eind van de schaatstocht nog steeds onbeschadigd zijn ten bewijze dat men een wel hele goede schaatser was. Dat betekende dus weinig of helemaal niet vallen want daar konden de kwetsbare pijpen niet erg goed tegen. De Goudse pijpenmakers speelden daar uiteraard op in en vervaardigden naast de lange Gouwenaars  krulpijpen in allerlei soorten en maten. Goedewaagen was een fabriek die veel krulpijpen heeft gemaakt, maar ook de Jong had een grote fabricage. Ze werden o.a. verkocht in speciale kraampjes die stonden aan het begin van een uitgezette schaatstoertocht of langs bevroren watergangen waar veel schaatsers langskwamen. Veel schaatsers kwamen bij sterk ijs zelfs speciaal naar Gouda om daar in een van de tabakswinkels Goudse pijpen (en Goudse stroopwafels) aan te schaffen.


Halflange pijp waarvan de steel is verbogen naar een krulpijp.  Met hielmerk gekroonde 52. Maker: P. Goedewaagen

Nog een halflange pijp waarvan de steel is verbogen naar een krulpijp. Geen hielmerk, alleen stipjes op de hiel.Maker: P. Goedewaagen

Krulpijp gemaakt door P. Goedewaagen. Niet gemerkt. Afwijkende kleurstelling.


Halflange pijp waarvan de steel is verbogen tot dubbele krulpijp. Hielmerk gekroonde ES. Maker: P. Goedewaagen. 
Met een Hollands landschap van een molen aangebracht met een transfer.

Beschilderde dubbele krulpijp met de kleuren van de Nederlandse vlag. Hielmerk DW.
Maker P. Goedewaagen

Beschilderde enkele krulpijp met de kleuren van de Nederlandse vlag. Hielmerk gekroonde ES. Maker P. Goedewaagen


Schaatsers behangen met Goudse krulpijpen, lange pijpen en Goudse stroopwafels. Foto: 1917

Klik hier om een tekst te typen.

De Goudsche Courant van 29 januari 1917 meldde: ”Bij duizenden kwamen ze de stad binnenglijden, overal vandaan. Een enorme drukte zoals we in jaren niet gezien hebben. Urenlang was het op de vaart een lange rij van schaatsenrijders die Gouda als einddoel hadden gekozen. Overal wapperden die zondag vlaggen; je reinste feeststemming”.
Rond 1900 zijn de schaatstochten  naar Gouda ontstaan. Vooral uit Rotterdam, maar ook uit andere steden en dorpen, schaatsten tallozen naar "Tergouw" om met sprits,  stroopwafels en pijpen behangen de terugtocht aan te vangen. “Die traditie bestaat nog steeds, verklaart de heer Van Vreumingen van het gelijknamige sigarenmagazijn aan de Wijdstraat. Bij sterk ijs is er nog steeds vraag naar gekrulde, gekleurde en lange pijpen. Zelfs ’s zomers komen skeeleraars hiervoor aan onze deur”. Tot de jaren dertig schaatsten de liefhebbers op hun houten Friese doorlopers tot de Westerkade en Lazaruskade. Later, toen het Gouwekanaal IJssel en Gouwe verbond en de Julianasluis was aangelegd, diende de Ringvaart als eindpunt. Vandaar gingen de schaatsers te voet naar de stad. De ongeveer twintig kilometer van Rotterdam naar Gouda werd door geoefende schaatsers in drie kwartier afgelegd. Bij terugkeer op de Kralingse Plas trok het showrijden veel bekijks; soms leidde de “show” tot valpartijen met gebroken pijpen en verdrietige gezichten tot gevolg.


Beschilderd krulpijpje met de kleuren rood-wit-rood. Geen hielmerk. Op de steel de naam Goedewaagen.

Beschilderd krulpijpje met de kleuren van de Nederlandse vlag. Geen hielmerk. Op de steel de naam Goedewaagen.

Drie kleine krulpijpjes waarbij op de steel van de twee kleinste exemplaren de tekst Goedewaagen staat. 


Krulpijp met de pijpenmaker aan de ene kant en een vrouw met een bloem aan de ander kant. Hielmerk gekroonde ES. 
Gemaakt door  P. Goedewaagen. Deze pijpenmal is zeer lang in gebruik geweest.



Op de foto de etalagepijp en een 3-tal krulpijpjes van de Jong. Het gaat om het krulpijpje met Mercuriuskopje en het
bruin geglazuurde miniatuur krulpijpje. De andere dubbel halflange geglazuurde pijp is een produkt van Goedewaagen.


Goudse etalagekrulpijp gemaakt door M.N. van Duyn

Een paar jaar geleden kwam ik zowaar een bijzonder en zowaar nog volledig gaaf exemplaar tegen van een Goudse krulpijp. Een zeer forse kleipijp, beschilderd in de Nederlandse driekleur en niet bestemd om te roken maar bedoeld als etalage-exemplaar voor het maken van reclame voor Goudse krulpijpen en Goudse kleipijpen in zijn algemeen. Het gaat om een kleipijp met een kop van maar liefst 10 cm hoogte en de ketelopening heeft een doorsnede van 5,5 cm. Het hielmerk, beschilderd in goudverf draagt als merk de gekroonde 65. De steel van de krulpijp bedraagt ongeveer een meter. Op de steel staat de maker van de kleipijp vermeld en die is M.N.V.Duyn. In het witte deel op de ketel staat in zwarte verf de tekst Uit Gouda.

Etalage krulpijp in de Hollandse driekleur en goudverf op de hiel en mondstuk steel. Vervaardigd door de Goudse pijpenmaker
M.N. van Duyn. Begin 20e eeuw.



18 december 2007
De vondst van een botschaats (glis) in het Reeuwijkse Plassengebied

Het is inmiddels al weer jaren geleden dat er op natuurijs geschaatst kon worden. Bij de echte schaatsfanaten begint het nu toch wel een klein beetje te kriebelen. Zou er deze winter weer ijs komen? Nederland is een echt schaatsland. Bekend is dat er al vanaf de 15e eeuw veelvuldig werd geschaatst, op ijzeren schaatsen. Maar zelfs voor die tijd werd er al een schaats gebruikt, nog niet van ijzer maar van been. Tien jaar geleden werd in het Reeuwijkse Plassengebied bij het graven van een vijver op een diepte van 1,25-1,50 meter in het veenpakket een dierlijk bot gevonden van een rund. In het bot zaten aan weerskanten twee gaatjes en zo hier en daar was het bot bewerkt door afvlakking en had lichte slijtage. Het betreft een glis ofwel botschaats. Een interessante vondst want het zou kunnen betekenen dat zo tussen 800 en 1200 na Christus al mensen aanwezig zijn geweest op die plek. Onder voorbehoud want het verschijnen van ijzeren schaatsen in de 15e eeuw betekende nog niet het einde van de glis. Tot in de 19de eeuw werd de glis gebruikt om kinderen op een goedkope manier te leren schaatsen. Maar omdat de glis van zo'n diepte uit het veenpakket  is opgegraven lijkt het erop dat het om een zeer oud exemplaar moet gaan.


Dierlijk bot met aan weerskanten gaatjes. Op het bot zijn zo hier en daar uitstekende delen wat afgevlakt.
Het bot heeft een lengte van 24 cm en vertoont ook daadwerkelijk glijsporen van het ijs.

Uiteinde van bot met een gaatje geboord door het bot. Aan 
het uiteinde van het bot zijn uitstekende delen wat afgevlakt. 
Of dit door mensen zelf is gedaan of door afschaving 
door ijs is niet helemaal duidelijk

Ook in de 17e eeuw werd er volop geschaatst.
Hier mooi te zien 
op een 17e eeuwse Nederlandse tegel. 
Toen op ijzeren krulschaatsen.


Uit archeologische vondsten is gebleken dat er al in de oertijd werd 'geschaatst'. Men bewoog zich over het ijs - niet op schaatsen, maar op glissen. Dat waren lange botten van runderen, aan twee zijden platgemaakt en van gaten voorzien. Het was toen nog vooral een kwestie van glijden. De allereerste schaatsen worden daarom glissers genoemd. Een glis is een rib of een middenvoetsbeen van een rund, paard of hert. Glissers werden voorzien van gaten en met pezen of palingvellen aan de voet bevestigd. Om het afzetten op het ijs te vergemakkelijken, werd vaak gebruikgemaakt van één of twee stokken. Later werden ook prikstokken als hulpmiddel ingezet. Glissers of botschaatsen zijn door heel Europa teruggevonden. In Nederland zijn ze waarschijnlijk vooral gebruikt tussen 800 en 1200. Glissers werden in de loop van de eeuwen steeds meer vervangen door een houten schaats met ijzeren glij-ijzer. Waarschijnlijk deed het glij-ijzer rond 1400 zijn intrede.