Beroepen op tegels

klik op  foto of tekst om de pagina te bezoeken





Indien er een flink aantal  tegels beschikbaar zijn worden van onderstaande beroepen ook afzonderlijke pagina's gemaakt.


---Breeuwer---

Tegel met breeuwer, Ca. 1900

Tegel met breeuwer, 17e eeuw

Om het werk in de kieren te drijven worden een (houten) breeuwhamer en breeuwbeitel of -ijzer gebruikt. De breeuwbeitel is extreem bot, of heeft zelfs een ronde groef, om te voorkomen dat de vezels in het werk afgesneden worden. Nadat het werk is aangebracht wordt het afgedekt met pek die door verhitting vloeibaar is gemaakt.

De waterdichte afdichting berust op de eigenschap van natuurlijke vezels dat ze opzwellen als ze vocht opnemen. Hierdoor wordt een eventueel lek gedicht door het water dat erdoor binnensijpelt.

Breeuwen, kalfaten of kalefateren is een techniek waarbij de kieren tussen de gangen van de huid of tussen de planken van het bovendek van een schip worden dichtgemaakt met behulp van werk (uitgeplozen touw van een natuurlijke vezel, meestal hennep) en pek of teer dat gewonnen werd uit harshoudende bomen, zoals de grove den (Pinus sylvestris).


---Hoedenverkoper---

Tegel met een hoedenverkoper.
17e eeuw

Tegel met een hoedenverkoper.
Omstreeks 1900


---Kapper-barbier---



Het verschil tussen kapper en barbier is in principe dat een barbier meer gespecialiseerd is in baarden en snorren, terwijl een kapper vooral het hoofdhaar verzorgt. Tegenwoordig is er nauwelijks meer een verschil tussen een barbier en een kapper


---Kuiper---

Tegel met een kuiper. Speciale beitel om de banden van
houten tonnen vast te slaan en los te maken. 17e eeuw

Tegel met een kuiper. 17e eeuw


---Kwakzalver---


---Landmeter---


---Lantaarnopsteker---

 

Vóór de elektrische straatverlichting, werkten de straatlantaarns op olie of kaarsen. Die moesten elke avond worden aangestoken door de lantaarnopsteker.

De lantaarnopsteker was meestal een bijberoep. De bewaker van een stad of dorp stak vaak de lantaarns aan, waarna hij een rondje maakte door de stad om de veiligheid te controleren. Met behulp van een lange stok kon de lantaarn worden aangestoken. Soms kon de lantaarn met een katrol zakken tot de grond, zodat deze makkelijker kon worden aangestoken. Ook andere beroepen, zoals herder of barbier, werden gecombineerd met het beroep van lantaarnopsteker. In de ochtend moest de lantaarnopsteker weer een ronde maken om de lampen te doven. Anders ging de olie of de kaarsen te snel op.

 


---Mandenvlechter-stoelenmatter---


Tegel met stoelenmateer. Eind 19e eeuw


---Scharenslijper of scharensliep---

 

Filmpje over de scharenslijper/scharensliep

 

https://youtu.be/Ck9hCNHPGjo

Tegel met man met scharensliep.
17e eeuw

Tegel met man met scharensliep.
17e eeuw

Tegel met man die messen scherpt.
17e eeuw

Tegel met man met scharensliep.
17e eeuw


---Steenhouwer---


---Touwslager op touwbaan---

Het beroep van touwslager is een van de beroepen van vroeger die niet meer bestaan. De touwslager draaide garen tot strengen met een slagmechanisme. Met behulp van een klos draaide hij de strengen tot een touw. De meeste touwslagers deden hun werk in de openlucht, overdekt in een soort tent, op een speciale touwslagerij of op een lijnbaan. Het touw werd gebruikt voor zeilschepen. Om deze reden waren touwslagers vooral werkzaam in havensteden als Rotterdam en Amsterdam. Het beroep touwslager is verdwenen. Tegenwoordig worden de touwen machinaal geproduceerd.